Geschiedenis van Groningen (6): het industriële tijdperk

Het Hoofdstation van de stad Groningen, het mooiste treinstation van Nederland Hereboerderij op het Hogeland van Groningen Monumentale boerderij aan de Wadwerderweg vlakbij Usquert in Groningen

Industrialisatie in Groningen

Aan het einde van de 18e eeuw begint de Industriële Revolutie in Engeland, het begin van een tijdperk dat enorme veranderingen voor maatschappijen en mensen tot gevolg zal hebben. Een zeer belangrijke uitvinding was die van de stoommachine. In Groningen vond die industrialisatie pas later plaats, zo rond de helft van de 19e eeuw. Het gevolg was een bloeiende agrarische industrie in de tweede helft van deze zelfde eeuw. Het leidde tot de massale vervaardiging van suiker, aardappelmeel en karton. Ook vond de kaas -en boterfabricage vaak niet meer plaats op boerderijen maar in fabrieken. In 1842 bijvoorbeeld werd er een aardappelzetmeelfabriek gebouwd door Willem Albert Scholten, de man die als het boegbeeld van de industrialisatie van Groningen kan worden gezien. Dat meel was nodig voor allerlei toepassingen. Zo werd het onder andere massaal verkocht aan Groot-Brittannië waar het gebruikt werd in de textielindustrie.

Op het platteland van Groningen gaat de landbouw en industrie tijdens deze periode hand in hand. Maar ook in de stad Groningen onstaat een gevarieerde industrie. Denk aan de rijwielindustrie, ranjafabriek en de tabakfabriek van Niemeyer bij het Hoofdstation die overigens binnen enkele jaren voorgoed zal sluiten. Er ontstond een grote groei in de confectieindustrie door de aanwezigheid van electrische naaimachines. Ook de transportsector maakte een enorme groei door. Spoorlijnen werden aangelegd, eerst naar Leeuwarden, daarna naar Zwolle en dus kwam er aansluiting met de Randstad. Hierdoor konden Groninger producten sneller naar hun afzetmarkt worden gezonden. Het huidige Hoofdstation (centraal station dus) stamt uit het einde van de 19e eeuw en is het mooiste treinstation van het land.

De Graanschuur van Nederland

Grond in het noorden (Hogeland en Fivelingo) en delen van oost Groningen (Oldambt) bestaat uit zeeklei en dat is zeer vruchtbaar. Oorspronkelijk maakte men daar geen optimaal gebruik van omdat het veelal gebruikt werd als graasland voor koeien. Toen men na de veepest in de tweede helft van de 18e eeuw overging op de verbouw van graan bleek dat uitstekend op deze akkers te groeien waardoor Groningen tot de graanschuur van Nederland kon uitgroeien. Met name de periode tussen 1850 en 1880 was zeer profijtelijk. Het worden wel de Champagnejaren van de Groninger graanboeren genoemd. Door de grote winsten konden de rijke boeren prachtige boerderijen bouwen met enorme schuren en landschapstuinen. Ze worden herenboeren genoemd omdat hun levenstijl op die van de gegoede burgerij lijkt. Dat had ook nadelige gevolgen op de lange termijn. Arbeiders aten eerst met de boer mee aan tafel maar aan het einde van de 19e eeuw paste dat niet meer in de rijke levensstijl van de hereboer. Arbeiders kwamen in huisjes op het landgoed of in het naburige dorp te wonen. De sociale afstand en tegenstelling groeiden zodoende. Daarnaast namen machines het werk van de arbeider langzamerhand over.

In 1878 werd er goedkoop graan ingevoerd uit Amerika die de Nederlandse markt overspoelde. Er kwam als reactie echter geen importheffing. Vooral in Oost Groningen radicaliseerden de arbeiders door de verslechterende omstandigheden, die overigens niet alleen op het platteland plaatsvonden maar ook in de stad waren de leefomstandigheden voor de minder bedeelden vaak schrijnend. Arbeiders in het oosten sloten zich aan bij de socialistische organisaties. Op het Hogeland in het noorden hadden de christelijk-protestantse organisaties de meeste invloed op de arbeiders. Veel arbeiders stemden dus niet allemaal op de socialisten maar ook veel op christelijke partijen. Liberalen verloren in deze periode invloed. In 1918 roept de socialist Troelstra de revolutie uit maar dat mislukt totaal. Wel zouden er in de periode daarna wetten worden ingevoerd die het leven van de arbeider verbeterden. Wel vond er nog in 1929 de grootste Nederlandse landarbeiderstaking ooit plaats. Men eiste loonsverhoging maar de onverzettelijke boeren gaven niet toe. De stakers verloren de strijd en dat heeft de sociale en politieke verhoudingen nog tijden lang verziekt.

Ook na de 19e eeuw werd er uiteraard goud geld verdiend met de landbouw. De rijkdom in en rond Usquert op het Hogeland van Groningen stamt bijvoorbeeld uit het interbellum (periode tussen de wereldoorlogen in). Die welvaart had te maken met de toen zeer hoge graanprijzen maar ook omdat boeren hier het Recht van Aanwas kregen. Het vruchtbare ingepolderde land ten noorden van Usquert kwam door dat recht toe aan de boeren die er gevestigd waren. In Usquert en daaromheen in Wadwerd en de Streek zult u dus ook zeer fraaie herenboerderijen zien. De Wadwerderweg - onderdeel van het beschermde dorpsgezicht (zowel in als buiten het dorp) is een mooie plek om die statige welvaart van toen te bekijken.

Lees verder:

→ Deel 7: eerste helft van de 20e eeuw



De andere hoofdstukken

→ Deel 1: prehistorie en wierdenland

→ Deel 2: de Middeleeuwen (Christendom)

→ Deel 3: de Middeleeuwen (Stad en de Ommelanden)

→ Deel 4: de Gouden Eeuw

→ Deel 5: Verlichting en Calvinisme

→ Deel 8: vanaf 1945 tot nu

© 2020-2021 — Ontdek Noord Groningen