Geschiedenis van Groningen (2): de Middeleeuwen

Walfriduskerk in Bedum, Groningen Hotel Prinsenhof bij de Martinitoren in de stad Groningen Sint-Ludgerkerk in Garnwerd, Groningen Kloostermuseum St Bernardushof in Aduard, Groningen

Het vroege Christendom in Groningen

In het vorige hoofdstuk heeft u kunnen lezen over het ontstaan van de wierden waarop de bevolking zich terugtrok bij hoog water. Veel wierden zijn in de loop der tijd afgegraven om akkers te bemesten met de vruchtbare zeeklei, zowel in de provincie als elders. Wierden die niet afgegraven zijn (en dat zijn nog vrij veel) hebben kerken en die mochten natuurlijk niet worden afgebroken. Zoals heel Europa werd ook deze regio tijdens de middeleeuwen Christelijk. Een belangrijk figuur in Groningen is wat dat betrft Liudger. Deze missionaris heeft veel Groningers tot het Christendom bekeerd. Hij werd geboren in 742 in de buurt van Utrecht waar hij later ook studeerde om vervolgens naar York in Engeland te vertrekken om te studeren bij een beroemde kloosterschool. In 787 werd Liudger aangewezen door de Paus als missionaris van de Friezen zoals men mensen in de noordelijke streken toen noemde. Groningen als provincie bestond immers nog lang niet. Hij kreeg de opdracht om mensen ten oosten van de rivier de Lauwers te bekeren. Willibrord en Bonifatius gingen hem voor. De laatste werd om het leven gebracht samen met 52 zwaarbewapende gezellen. Missionarissen waren namelijk niet echt welkom in de heidense gebieden. De mythe gaat dat in het jaar 785 Liudger de blinde dichter Bernlef ontmoet op de tweekoppige wierde Helwerd bij Usquert. Dat stukje land wordt tegenwoordig beschermd door Stichting Groninger Landschap. De betreffende dichter wilde niet bekeerd worden maar kon weer zien na een handoplegging van de heilige. Er zijn trouwens meerdere middeleeuwse kerken in Noord Groningen die de naam dragen van Liudger (ook wel Sint Ludger of Ludgerus). Bijvoorbeeld die in de dorpjes Garnwerd en Oldehove.

Het duurde een paar honderd jaar voordat iedereen was overgestapt naar het Christendom. Aangezien de lokale elite vaak de eersten waren die zich bekeerden kregen zij de parochies in handen. Daardoor is er een hechte band ontstaan tussen machthebbers en kerk. Een andere bekende heilige in de provincie is Walfridus, een boer uit de streek rond het dorp Bedum. De vrome man leefde in de 10e eeuw, bracht het Christendom naar deze streek, initieerde een rechtssysteem en heeft ook voor het landschap veel gedaan. Zo heeft hij naar verluid een begin gemaakt met de waterkering rond Bedum, dat is de Wolddijk. Ook heeft hij een begin gemaakt met de ontginning van veen. Het landschap hier - het Centrale Woldgebied - is inmiddels een voormalig veenontginningsgebied. De man werd tijdens een inval door de Noormannen vermoord en kreeg daarna de status van martelaar en heilige. Door deze gebeurtenis veranderde Bedum in de periode daarna in één van de bekendste bedevaartsoorden van Noord Nederland. U kunt in het dorp de Walfriduskerk nog steeds bekijken. Het is één van de oudste kerken van Groningen. Delen van het bouwwerk stammen uit de 11e eeuw.

Kloosters

Er werden niet alleen kerken gebouwd maar ook kloosters waar monniken leefden. De oudste in de provincie is het Oldeklooster bij Kloosterburen. Deze werd gesticht in 1175 maar bestaat nu niet meer. Zeer bekend in de analen is Klooster Bloemhof in Wittewierum en die is van belang omdat daar de abten Emo en Menko woonden. Veel van wat we uit de Groninger middeleeuwen weten komt uit de door hen geschreven kronieken (dagboeken). Ook deze staat niet meer overeind wat wel geldt voor het laatst gebouwde klooster, namelijk die van Ter Apel in het oosten van Groningen. Verreweg de bekendste is het St Bernardusklooster in Aduard. Dat was in de middeleeuwen het grootste klooster van Noordwest Europa en was een gekend centrum van religie, studie en wetenschap. Vanwege de stenen bouw waren het ook toevluchtsoorden voor mensen die oorlog en natuurgeweld ontvluchtten. Stormvloeden zorgden vroeger voor enorme overstromingen. Kloosters hielden zich niet alleen bezig met denken maar ook met doen. Tot de komst van het klooster had de zee toegang tot grote delen van Groningen. Rond 1400 hebben ze in opdracht het Aduarderdiep aangelegd om overtollig water vanuit Drenthe af te voeren naar zee. Het uiteinde bevindt zich bij Aduarderzijl waar het diep tegenwoordig door een sluis gescheiden wordt van het Reitdiep. In Aduard is nog een deel van de abdijkerk te bezichtigen (vlakbij kloostermuseum St Bernardushof) en verder zijn er hier in Noord Groningen alleen monastieke overblijfselen zien te in Thesinge en Ten Boer, beiden behoorlijk in de buurt van het net al genoemde Bedum.

De val van Groningen en de onteigening van de Katholieke kerk

In 1040 schenkt de Duitse koning Hendrik III een landgoed in wat toen het dorp Groningen was aan de bisschop van Utrecht. Dat deed hij omdat deze plaats aan de rand van zijn rijk lag en er zodoende weinig invloed had. Via de bisschop hoopte hij toch nog wat invloed te kunnen uitoefenen. Bisschoppen regeerden via plaatsvervangers genaamd prefecten. Deze figuren wekten afgunst bij de stedelijke elite die vonden dat ze de stad zelf wel konden besturen. Groningen had officeel geen stadsrechten maar gedroeg zich wel zo. In de 13e eeuw kwam die burgerij steeds vaker in opstand tegen deze prefecten en kwam uiteindelijk in burgerlijke handen. Die zelfstandigheid werd later impliciet erkend door de Bisschop van Utrecht. Vanaf dat moment werd de stad Groningen de tweede macht in de provincie na de kloosters. De derde macht diende zich daarna aan, namelijk de welvarende mannen in de Ommelanden die zich als adel gedroegen.

Een volgende machtswisseling - en één van formaat - vond plaats in 1594. Dat is de datum dat de Reductie van Groningen plaats vond. Dat is het moment dat tijdens de 80 jarige oorlog de stad van partij wisselt: van het Spaanse (Habsburgse) rijk naar de Protestantse opstandelingen. De Katholieke kerk verliest al haar bezittingen. Kloosters worden afgebroken en de stenen (kloostermoppen) worden verkocht voor hergebruik. Ze worden nog steeds aangetroffen in oude huizen en boerderijen. Een fraai historisch gebouw in de stad dat nu nog steeds bestaat en tegenwoordig dienst doet als hotel was in 1569 nog de woning van de Bisschop van Groningen en Drenthe. Dit is de Prinsenhof. Ini 1576 werd het al overgedragen aan de stadhouder en na de reductie aan de stadhouders van de Republiek. U kunt er dus overnachten.
Lees verder:

→ Deel 3: de Middeleeuwen (Stad en de Ommelanden)



De andere hoofdstukken

→ Deel 1: prehistorie en wierdenland

→ Deel 4: de Gouden Eeuw

→ Deel 5: Verlichting en Calvinisme

→ Deel 6: het industriële tijdperk

→ Deel 7: eerste helft van de 20e eeuw

→ Deel 8: vanaf 1945 tot nu

© 2020-2021 — Ontdek Noord Groningen