Geschiedenis van Groningen (5): Verlichting en Calvinisme

Kloostermuseum St Bernardushof in Aduard, Groningen De Universiteit van Groningen in Nederland Kerk van Hendrik de Cock in Ulrum, Groningen Het dorp Zuurdijk in de Marne, Groningen

Het 15e eeuwse Humanisme

Voordat de stad Groningen vanwege haar universiteit het intellectuele centrum in de regio vormde was dat in Middeleeuwsen het beroemde klooster van Aduard. Dat was het centrum van onderwijs en wetenschap, niet alleen lokaal maar tot ver buiten Noord Nederland. In de 15e eeuw was er een groep geleerden die bekend stonden als de Aduarder Kring. Bekend zijn Rudolph van Agricola * en Wessel Gansfort. Zij waren nog steeds diep gelovig maar begonnen anders naar de wereld te kijken dan dat men voorheen deed. Deze vroege humanisten verzetten zich tegen een dogmatische interpretatie van het geloof en stelden de menselijke waardigheid centraal. Dat idee zou in de eeuwen daarna steeds dominater worden. In Aduard staat een klein onderdeel van het eens enorme klooster nog overeind. In het Kloostermuseum kunt er meer over te weten komen.

* = Rudolph van Agricola was één van de belangrijkste vroeg-humanistische geleerden in zijn tijd en kwam uit het Groningse dorpje Baflo. Hij werd geboren bij de fraaie Laurentiuskerk die er nu nog steeds staat.

De universiteit van Groningen en de Verlichting

De Rijksuniversiteit Groningen is gesticht in 1614. De universiteit trok niet alleen geleerden en studenten maar ook vormde ook de motor voor veranderingen en moderniseringen in de eeuwen daarna. Na de Reformatie was er vraag naar gereformeerde predikanten die de stad zodoende kon opleiden. Ook de Ommerlander Jonkers (vooraanstaande lieden van het platteland) stuurden hun kinderen naar de universiteit en zo werd er een bestuurselite opgeleid die soms ook internationaal carriere maakte. Johan Willem Ripperda uit Oldehove schopte het begin 18e eeuw tot ambassadeur van de Republiek in Spanje. Door de banden met Oost-Friesland (deel van het huidige Duitsland) studeerden er ook veel 'Duitsers' in de stad Groningen. In die periode was het noordoostelijke deel van het huidige Duitsland cultureel veel meer aanverwant dan bijvoorbeeld Holland of de Zuidelijke Nederlanden dat waren.

De Verlichting was de intellectuele maar ook culturele stroming die in Nederland en ook in Groningen in de 18e eeuw kwam opzetten. In deze periode na de Middeleeuwen accepteerden wetenschappers steeds vaker dat niet alles verklaard kon worden door de hand van God. Niet elke vorm van tegenslag kon een straf van God zijn. Een mooi voorbeeld was Geert Reinders, een begin 18e eeuwse molenaarszoon die het tot rijke boer schopte en er verlichte denkbeelden op na hield. Hij verloor al zijn vee bij de runderpest maar ging niet bij de pakken neerzitten. Hij merkte dat de koeien die de ziekte gehad hadden kalveren op de wereld brachten die immuun waren voor die pest. Hij begon daarom met inenting van zijn kudde, een idee dat daarvoor ook al had postgevat bij wetenschappers.

De 18e eeuw is ook de periode dat steeds meer gewone mensen zich bezig gingen houden met politiek en maatschappij. Halverwege die 18e eeuw onstonden daardoor kranten en dagbladen. De burgerij nam ook steeds openlijker stelling tegen de regenten, de regerende elites. Vooraanstaande regenten werden zelfs gehekeld in de kranten. Steeds meer mensen gingen voor zichzelf nadenken, niet alleen op religieus gebied maar ook op maatschappelijk terrein.

Het Calvinisme

In de 19e eeuw kwamen er toch geluiden van mensen die vonden dat men het geloof veel te vrijzinnig interpreteerde. Ook de greep van de overheid over de Hervormde Kerk riep steeds meer weerstand op. Een man die het strenge Calvinistische geloof predikte was dominee Hendrik de Cock. De middeleeuwse kerk in het Groningse Ulrum waar hij predikte staat er nog steeds. In die periode maakten in de dorpsgemeenschappen de rijke boeren de dienst uit. Deze lieden hingen zoals elders ook vaak de vrijzinnige leer aan. De landarbeiders en kleine boeren zetten zich juist af tegen deze zichzelf instandhoudende elite en samen met het idee dat de uitverkorenen toegang kregen tot Koninkrijk Gods vormde een voedingsbodem voor de populariteit van de prediking van de Cock.

Omdat de predikant inging tegen de leer van de Nederlands Hervormde Kerk kwam hij in conflict met zijn collega predikanten en de overheid. Hij werd daarom afgezet en kwam de kerk niet meer in. Na de acte van afscheiding en wederkering in 1834 is de breuk met de kerk definitief. Er volgden tal van schotschriften van voor -en tegenstanders en nog eens 40 predikanten scheidden zich af. In het dorpje Houwerzijl nabij Ulrum zou God zich geopenbaard hebben met de opdracht om in verzet te komen tegen de gevestigde kerk en daarop gingen zij naar het naburige dorp Zuurdijk om hun ongenoegen kenbaar te maken. Koning Willem I stuurde troepen en liet ze inkwartieren bij de oproerige kerkgangers. Uiteindelijk volgde in 1841 erkenning van de nieuwe kerk en kreeg deze in 1869 een officiële naam, namelijk de Christelijke Gereformeerde Kerk. Vóór de afscheiding was de kerk het bindmiddel in de maatschappij, daarna leefden gemeenschappen meer een meer los elkaar. De net genoemde dorpen Ulrum, Houwerzijl en Zuurdijk bevinden zich allemaal in het cultuurlandschap de Marne, het noordwestelijke deel van de provincie Groningen.

Lees verder:

→ Deel 6: het industriële tijdperk



De andere hoofdstukken

→ Deel 1: prehistorie en wierdenland

→ Deel 2: de Middeleeuwen (Christendom)

→ Deel 3: de Middeleeuwen (Stad en de Ommelanden)

→ Deel 4: de Gouden Eeuw

→ Deel 7: eerste helft van de 20e eeuw

→ Deel 8: vanaf 1945 tot nu

© 2020-2021 — Ontdek Noord Groningen